Zorgprogrammering

 

Door op de titel te klikken kunt u de onderstaande programma’s downloaden.

 

Er is de mogelijkheid te reageren op deze zorgprogramma's.
Stuur uw reactie naar secretariaat@efp.nl

 

 


Zorgprogrammering 

 

In de zorgprogrammering worden met inhoudelijke, organisatorische en logistieke ondersteuning van het EFP de ervaring en kennis van deskundigen in het forensische werkveld gebundeld in landelijke zorgprogramma’s. Tot nu toe zijn zorgprogramma’s voor drie doelgroepen van forensisch psychiatrische patiënten ontwikkeld, te weten patiënten met psychotische kwetsbaarheid, patiënten met persoonlijkheidsstoornissen en patiënten met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een landelijk zorgprogramma voor longstaypatiënten zal in 2009 worden afgerond.

 

De zorgprogramma’s zijn zoveel mogelijk gebaseerd op interventiemethodes waarvan uit empirisch onderzoek is aangetoond dat zij effectief zijn bij het verminderen van het recidiverisico (het principe van evidence based practice). Daar waar overtuigende empirische evidentie ontbreekt, wordt de voorkeur gegeven aan interventies die tenminste in sommige onderzoeken als effectief naarvoren komen (het principe van best evidence) en/of die in professionele kringen worden gezien als passend en die in het veld brede acceptatie en toepassing kennen (het principe van best practice).

 

De ontwikkelingen in het forensische veld gaan snel. De zorgprogramma’s hebben daardoor een beperkte houdbaarheid. Wellicht is het zelfs beter om te zeggen dat het ontwikkelen ervan een geval van ‘werk in uitvoering’ is. Daarom zullen de landelijke zorgprogramma’s periodiek moeten worden geactualiseerd. Het EFP ontwerpt hiervoor een werkwijze waarin de professionals uit het veld een belangrijke plaats hebben en waarin gebruikt wordt gemaakt van de nieuwste technologie.

 


Op 5 november 2008 zijn de drie landelijke zorgprogramma’s voor het forensisch psychiatrisch werkveld gepresenteerd:


presentatiedag landelijke zorgprogramma's

Lees hieronder het verslag

 

 

De zorgprogramma’s landelijk implementeren

Op 5 november jl. presenteerde het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) de drie eerste landelijke zorgprogramma’s voor de doelgroepen van forensisch psychiatrische patiënten met persoonlijkheidsstoornissen, patiënten met psychotische kwetsbaarheid en patiënten met seksueel grensoverschrijdend gedrag. In deze landelijke zorgprogramma’s is, met inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het EFP, ervaring en kennis van deskundigen in het forensische werkveld gebundeld, gebruikmakend van de laatste stand van de wetenschap.

 

Ervaringen in het veld
Annelies Vissers, klinisch psycholoog en psychotherapeut bij de Pompestichting noemde de implementatie van de vier eigen zorgprogramma’s een voortdurend dynamisch proces. De behandelaren maken van wat voor een bepaalde groep patiënten het beste is, een samenhangend programma. Dat zorgprogramma geldt als leidraad voor de behandelcoördinatoren en moet tijdens de behandeling de continuïteit waarborgen. Pompe werkt met behandelvormen die ‘zoveel mogelijk evidence based’ zijn en betrekken daar zoveel mogelijk de onderzoekers bij. Dit stuitte bij sommige aanwezigen op weerstand: zij gaan voor ‘helemaal evidence based’.

 

Harry Beintema, directeur behandeling bij FPC dr. S. Van Mesdag, noemde het belang van de continuïteit van de zorg, zowel binnen een instelling als in een eventuele opvolgende inrichting. Leren van eigen ervaringen, werkendeweg verbeteren, je voordeel doen met de ervaringen van ‘buiten’ en via evaluatie kunnen aantonen dat de behandeling werkt waren kernwoorden.

 

Lokaal versus landelijk?
De discussie spitste zich toe op de toekomst: hoe verder? Maar ook, hoe verhouden de lokale zorgprogramma’s zich tot de landelijke? Hier was Rachel Geense, senior beleidsmedewerker van de DJI, duidelijk over. De DJI, als opdrachtgever, noemde landelijk vastgestelde en door het veld gedeelde zorgprogramma’s de beste pr denkbaar voor het forensische veld. Het toont de politiek, Justitie en anderen hoe verschillende professionals gestructureerd samenwerken aan de behandeling van tbs-patiënten. De programma’s zijn als richtlijnen met handelingsinstructies ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van het zorgprogramma in de instellingen. Ook Annelies Vissers ziet de eigen, lokale, zorgprogramma’s en de landelijke als een kwestie van en/en.

 

Heilige richtlijn
Enkele aanwezigen toonden reserves: is er wel voldoende gesproken over de inhoud van de landelijke zorgprogramma’s? Het is toch geen heilige richtlijn? Moet er niet eerst consensus zijn over het al dan niet implementeren van de landelijke programma’s? Hjalmar van Marle, wetenschappelijk adviseur EFP en professor  aan de Erasmus Universiteit, was stellig: geen verwatering op lokaal niveau van de landelijke zorgprogramma’s. Landelijke implementatie, daarna evaluatie!
Enthousiasme om te werken aan implementatie en onderhoud van de zorgprogramma’s, het is immers ‘werk in uitvoering’, overheerste. Het EFP, in persoon van directeur Embley Smit, gaf aan dat te coördineren en benadrukte voor de professionals uit het veld, wederom, een belangrijke rol. De eerste professionals hebben zich al aangemeld!

 

Nog meer landelijk?
Zowel het EFP als de DJI toonden zich warm voorstander van de ontwikkeling van volgende landelijke zorgprogramma’s. Ook in het veld is er die behoefte; bij een enkeling soms nog wat aarzelend. Er zullen nog wel wat gesprekken volgen in het veld om er met elkaar uit te komen; deze middag was een mooi begin!

 

Petra van der Veer, secretaris EFP

 

1 Ontvluchteling