Onttrekkingen tijdens verlof, ontvluchtingen en recidives tijdens de tbs-behandeling in de jaren 2000-2005 (Actuele kennis 5)
Op 16 juni 2005 besloot de Tweede Kamer een parlementair onderzoek in te stellen naar het functioneren van het tbs-stelsel. Aanleiding was de betrokkenheid bij een levensdelict van een ter beschikking gestelde, die zich aan zijn verlof had onttrokken. De parlementaire onderzoekscommissie (tijdelijke commissie onderzoek tbs, kortweg de commissie Visser genaamd), stelde zich de vraag of, en op welke wijze, verbetering mogelijk zou zijn in het tbs-stelsel. De commissie Visser heeft inmiddels haar werkzaamheden afgerond en haar visie neergelegd in het rapport 'Tbs, vandaag over gisteren en morgen' (2006).
Het in dit rapport weergegeven onderzoek is oorspronkelijk in opdracht van de Minister van Justitie verricht om antwoord te geven op één van de vragen van de commissie Visser, namelijk: 'Welke inzichten levert de analyse van onttrekkingen, ontvluchtingen, en incidenten tijdens of na een onttrekking of ontvluchting?' De gegevens over de periode 2000-2005 zijn hiertoe geïnventariseerd en geanalyseerd. Om daarbij tevens zoveel mogelijk handreikingen voor verbetering te kunnen doen naar behandelaars en besluitvormers, is bij deze inventarisatie extra nadruk gelegd op factoren die in principe beïnvloedbaar zijn door behandeling. De resultaten bieden een aanzet voor het implementeren van gestructureerde risicotaxatie voor verlofbeslissingen.
Onderhavig rapport is het vijfde in de EFP reeks 'Actuele kennis'.