Een meta-analyse van de effecten van farmacotherapie bij persoonlijkheidsstoornissen (Actuele kennis 12)
Persoonlijkheidsstoornissen worden gekenmerkt door een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk afwijken van de verwachtingen binnen de cultuur van de betrokkene. Vooral bij ernstige persoonlijkheidsstoornissen, zoals borderline en schizotypische persoonlijkheidsstoornis, kan dat gepaard gaan met symptomen van cognitief-perceptuele aard, impulsieve gedragsontregeling en affectieve dysregulatie. Inmiddels is vast komen staan dat psychotherapie een belangrijke evidence based behandeling vormt voor mensen met persoonlijkheidsstoornissen (EFP reeks ‘Actuele kennis' 7de editie 2006).
De introductie van een aparte As-II in de DSM-III in 1980 heeft tevens geleid tot een sterke toename van wetenschappelijk onderzoek naar de mogelijkheden en beperkingen van farmacotherapie als (tijdelijke) ondersteuning van de behandeling voor mensen met ernstige persoonlijkheidsproblematiek. Inmiddels zijn meerdere effectstudies verschenen naar de werking van antipsychotica, antidepressiva en stemmingsstabilisatoren.
In dit rapport wordt verslag gedaan van een meta-analyse waarin de effectiviteit van deze psychofarmaca bij persoonlijkheidsstoornissen is onderzocht. Wij hopen dat de kennis die met deze meta-analyse beschikbaar is gekomen zijn weg vindt binnen de Nederlandse behandelpraktijk. Zij vormt een onderbouwing van de belangrijkste stappen in de behandelalgoritmes zoals die zijn omschreven in de recent verschenen landelijke Multidisciplinaire Richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen.