Psychopathie onderzoek

Psychopathie onderzoek en de LDR-tbs

Binnen de forensische psychiatrische zorg staan met name psychopathe patiënten bekend als moeilijk behandelbaar of zelfs onbehandelbaar. De kans dat deze patiënten terugvallen in delictgedrag is groot. Goed onderzoek naar mogelijke behandelmethodes is dan ook van groot belang. Met de komst van de Landelijke Databank Risicotaxatie tbs (LDR-tbs) heeft dit onderzoek een enorme impuls gekregen. Hieronder volgt een overzicht van huidig onderzoek en mogelijk toekomstig onderzoek met de gegevens uit deze databank. 

Binnen fpc’s wordt de mate van psychopathie van terbeschikkinggestelden vanaf 2005 verplicht gescoord door middel van de Psychopathie Check List (-Revised) (PCL-R). Het betreft een vragenlijst bestaande uit 20 items die door hiervoor getrainde professionals, zoals behandelaars en onderzoekers, wordt gescoord op basis van dossierinformatie en een semi-gestructureerd interview dat wordt afgenomen bij de patiënt. De PCL-R scores zijn in Nederland voor terbeschikkinggestelden in de LDR-tbs op landelijk niveau bijeengebracht en worden beheerd door het EFP. Wat deze database zo uniek maakt is dat deze gegevens op landelijk niveau (en dus voor de gehele tbs-populatie) worden verzameld, en dat de mate van psychopathie over de behandeltijd heen diverse malen is gescoord en opgenomen in de database. Dit maakt het tevens mogelijk om onderzoek te doen naar de ontwikkeling van psychopathie over de behandeltijd.

Onderzoek van Craig Neumann
Begin 2012 is door Robert Hare (Universiteit van Brits Columbia) en Craig Neumann (Universiteit van Noord Texas) een eerste onderzoeksaanvraag gedaan voor onderzoek op de PCL-R gegevens in de LDR-tbs. Deze aanvraag bestaat uit een voorstel voor onderzoek naar de psychometrische kwaliteiten en de factorstructuur van de Nederlandse PCL-R gegevens van tbs-gestelden en de vergelijking van deze eigenschappen met de PCL-R afgenomen onder een Noord-Amerikaanse reguliere dadergroep en psychiatrische patiënten. Hiernaast wordt in het voorstel het idee gepresenteerd om op basis van ontwikkelingen in de PCL-R te gaan kijken naar onderlinge relatie van PCL-R factoren over de tijd. Een derde onderzoek dient zich te richten op het onderscheid van ‘subgroepen van psychopathen’.
Nadat er later in 2012 door het Landelijk Beraad Hoogst Inhoudelijk Verantwoordelijken (LBHIV) toestemming is gegeven voor het gebruik van deze data uit de LDR-tbs voor het onderzoek is door Craig Neumann e.a. voortvarend met het eerste onderzoek aan de slag gegaan.

In de eerste studie die is ingezet wordt door middel van Multigroup Confirmatory Factor Analysis (MG-CFA) gekeken in hoeverre de te onderscheiden factoren van psychopathie in de data van Nederlandse tbs-gestelden en de data van Noord-Amerikaanse daders en psychiatrische patiënten overeenkomen. Hiervoor is in eerste instantie gekeken in hoeverre de 4 factoren die doorgaans worden onderscheiden binnen het construct psychopathie (interpersoonlijk, affectief, levensstijl en antisociaal) in de data verzameld in beide werelddelen werden teruggevonden. Vervolgens is gekeken of de sterkte waarmee de items die een factor vormen samenhangen met de betreffende factor, overeen kwamen. Ten slotte is gekeken naar de overeenkomst in de mate waarin er bij items in de vragenlijst een ‘drempel’ bestaat om extreme waarden te scoren. Deze analyses verschaffen (in opbouwende mate van strengheid) inzicht in de mate van invariantie (de mate waarin er sprake is van geen verschillen) tussen de PCL-R scores tussen de geografisch verschillende populaties. Uit de resultaten van het onderzoek bleek dat er met name gelijkenissen bestaan in factorstructuren en de mate waarin de items samenhangen met de factoren van de PCL-R tussen de Nederlandse groep tbs-gestelden en de Noord-Amerikaanse populatie reguliere daders. Ten aanzien van de drempel om op een PCL-R items extreem te scoren bleek dat op de factor ‘affectief’ bij de tbs-populatie sneller extreem werd gescoord dan bij de Noord-Amerikaanse populatie van reguliere daders. Dit betekent dat professionals in Nederland bij de tbs-populatie een bepaalde mate van gedrag zoals ‘het ontbreken van emotionele diepgang’ of ‘gebrek aan empathie’ eerder als zeer ernstige beoordelen dan hun Amerikaanse collega’s bij de reguliere en psychiatrische populatie. Over dit onderzoek en het belang van deze resultaten zal een publicatie verschijnen waarin tevens resultaten specifiek zullen worden gepresenteerd.

Toekomstig onderzoek
Andere psychopathiestudies die wellicht binnenkort ingezet gaan worden richten zich op subtypen van psychopathen en de mate waarin deze verschillen in het verkrijgen van verlofmogelijkheden evenals het verschil in terugval in delictgedrag na ontslag uit de tbs.
Een wat meer experimentele lijn van onderzoek waar aan wordt gewerkt is de inzet van cognitieve taken voor onderzoek. Een voorbeeld hiervan is de Picture Word Task, een taak die kan worden ingezet om de ‘response modulation hypothesis’ te testen. Deze hypothese gaat ervan uit dat psychopathen niet zozeer meedogenloos van aard zijn, maar kampen met problemen in de verwerking van contextinformatie. Hierdoor worden bepaalde signalen die empathische gevoelens of angst zouden moeten oproepen minder meegenomen in de afweging voor gedrag.

In de Picture Word Task krijgt de patiënt onder andere een serie van twee plaatsjes te zien. In één van de plaatsjes is een woord geplaatst. De primaire taak van de test is om zo snel mogelijk aan te geven of de plaatjes aan elkaar gerelateerd zijn of niet (de plaatjes van een peer en een appel zijn bijvoorbeeld aan elkaar gerelateerd omdat het hier in beide gevallen om fruit gaat). In de testconditie hebben de plaatjes niets met elkaar te maken, maar heeft het woord door het ene plaatje wel met het andere plaatje te maken (bijvoorbeeld een plaatje van een paraplu en een ander plaatje met een bezem met hier doorheen het woord ‘regen’). Bij de uitvoering van de opdracht kan het woord door het plaatje afleiden van de taak om vast te stellen dat de plaatjes niet aan elkaar gerelateerd zijn en zorgen voor zogehete ‘interference’ of storing. De verwachting is dat psychopathe individuen minder worden afgeleid door het woord (de contextinformatie) dan de gemiddelde persoon. Uit eerder onderzoek zijn soortgelijke bevindingen bij psychopathen gevonden. Vervolgonderzoek zal doorbouwen op dit concept.

Het EFP beheert de databank met PCL-R gegevens en kan ondersteuning bieden bij de opzet en uitvoer van de onderzoeken. We leren steeds meer over psychopathie, maar er is nog veel dat we niet weten. Meer onderzoek op de gegevens wordt dan ook nadrukkelijk gestimuleerd.

Wilt u meer weten over het lopende psychopathieonderzoek kunt u contact opnemen met Ruud van der Horst (rvanderhorst@efp.nl). Wanneer u meer wilt weten over de onderzoeksmogelijkheden die de databank biedt of u wilt een onderzoeksaanvraag doen dan kunt u contact opnemen met Denise van Eeden (dvaneeden@efp.nl).