Publicaties
De projecten die het EFP in de loop der jaren heeft afgerond zijn terug te vinden in verschillende publicaties. Een aantal zijn te bestellen*, een aantal kunt u gratis downloaden. Hieronder kunt u publicaties vinden door te selecteren op jaar of type document:
*De prijs van de publicaties is exclusief de portokosten.
The relation between stress and personality disorders: A review. (Ingekorte versie in MindMap).
In opdracht van het EFP heeft drs. C.S. Barendregt een review geschreven over het onderwerp "persoonlijkheidsstoornissen en stress". Het gaat om een inventarisatie van de gepubliceerde wetenschappelijke literatuur omtrent de verschillende persoonlijkheidsstoornissen en het concept stress. Uit de studie komt naar voren dat het overgrote deel van de literatuur zich richt op de vraag of negatieve ervaringen in de kindertijd zijn geassocieerd met de ontwikkeling van (met name borderline -) persoonlijkheidsstoornissen. Een van de conclusies van het literatuuronderzoek is dan ook dat er meer onderzoek gedaan zou moeten worden naar de relatie tussen acute stress en persoonlijkheidsstoornissen en tevens is stressmanagement nog onderbelicht in het onderzoek naar de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen.
De effectiviteit van behandeling bij pedoseksuelen: bevindingen van een meta-analyse (Actuele kennis 13)
Een van de doelstellingen van het EFP is het bijdragen aan een betere kwaliteit van behandelingen in de forensische psychiatrie en het inzichtelijk maken van het behandeleffect. Vanuit deze doelstelling is in 2003, in samenwerking met het Trimbos-instituut, het project 'Meta-analyse effectiviteit van behandeling bij seksuele delinquenten' gestart. Dit project omvat drie afzonderlijke meta-analyses of systematische reviews, namelijk naar (1) het behandeleffect bij verkrachters, (2) de effectiviteit van farmacotherapie bij seksuele delinquenten en (3) het behandeleffect bij pedoseksuelen.
Deel 13
De eerste twee studies verschenen als deel 3 en 4 van de reeks 'Actuele Kennis' van het EFP. De laatste studie binnen dit project zal binnenkort verschijnen als deel 13 van de 'Actuele Kennis' reeks. Deze studie geeft een overzicht van tien empirische studies naar het effect van behandeling bij pedoseksuelen. Een dergelijk overzicht is ook in het buitenland nog nooit gepubliceerd.
Meta-analyse
Tevens wordt een meta-analyse uitgevoerd met acht voor de meta-analyse geschikte studies om het overall effect van behandeling bij pedoseksuelen te bepalen. Daarnaast wordt beschreven welke (componenten van) interventies mogelijk in staat zijn recidive bij pedoseksuele delinquenten te reduceren. De studie toont dat behandeling van pedoseksuelen hoopvol is, maar dat meer gedegen onderzoek nodig is, vooral binnen subtypes seksuele delinquenten.
Evidence based
Dit rapport geeft niet alleen aanbevelingen voor toekomstig onderzoek, maar kan ook een aanknopingspunt vormen voor behandelaars en beleidsmakers. Zo kunnen op grond van meta-analyses - in samenwerking met de praktijk - behandelprogramma's worden bijgesteld c.q. worden ontwikkeld die voldoen aan de eisen van evidence based practice.
Een meta-analyse van de effecten van farmacotherapie bij persoonlijkheidsstoornissen (Actuele kennis 12)
Persoonlijkheidsstoornissen worden gekenmerkt door een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk afwijken van de verwachtingen binnen de cultuur van de betrokkene. Vooral bij ernstige persoonlijkheidsstoornissen, zoals borderline en schizotypische persoonlijkheidsstoornis, kan dat gepaard gaan met symptomen van cognitief-perceptuele aard, impulsieve gedragsontregeling en affectieve dysregulatie. Inmiddels is vast komen staan dat psychotherapie een belangrijke evidence based behandeling vormt voor mensen met persoonlijkheidsstoornissen (EFP reeks ‘Actuele kennis' 7de editie 2006).
De introductie van een aparte As-II in de DSM-III in 1980 heeft tevens geleid tot een sterke toename van wetenschappelijk onderzoek naar de mogelijkheden en beperkingen van farmacotherapie als (tijdelijke) ondersteuning van de behandeling voor mensen met ernstige persoonlijkheidsproblematiek. Inmiddels zijn meerdere effectstudies verschenen naar de werking van antipsychotica, antidepressiva en stemmingsstabilisatoren.
In dit rapport wordt verslag gedaan van een meta-analyse waarin de effectiviteit van deze psychofarmaca bij persoonlijkheidsstoornissen is onderzocht. Wij hopen dat de kennis die met deze meta-analyse beschikbaar is gekomen zijn weg vindt binnen de Nederlandse behandelpraktijk. Zij vormt een onderbouwing van de belangrijkste stappen in de behandelalgoritmes zoals die zijn omschreven in de recent verschenen landelijke Multidisciplinaire Richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen.
The Good Lives Model, een literatuurstudie
Het Good Lives Model (GLM) is een aantal jaren geleden ontstaan als een alternatieve benadering voor strafrechterlijke interventies die gebaseerd zijn op het Risk-Needs-Responsivity (RNR) model. Het RNR model vormt tot op heden de basis van de meeste rehabilitatie en behandelingsprogramma's voor delinquenten en is vooral gefocust op risicomanagement en terugvalpreventie. Het GLM richt zich vooral op het bevorderen van het welzijn van de delinquent en stelt de sterke eigenschappen en capaciteiten van het individu centraal. De effectiviteit van het RNR model is uitgebreid onderzocht en beschreven in de literatuur. De invloed van toepassing van het GLM op het behandelverloop en recidivecijfers is echter nog onduidelijk. Het doel van deze literatuurstudie is om een duidelijk overzicht te geven van de inhoud en de wetenschappelijke evidentie voor de effectiviteit van het GLM.
Landelijk zorgprogramma Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg
De eerste versie van het 'Zorgprogramma Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg' is het vierde zorgprogramma dat onder auspiciën van het EFP is verschenen. In 2008 verschenen de eerste versies van de zorgprogramma's 'Psychotisch kwetsbaar en delictgevaarlijk', 'Persoonlijkheidsstoornissen' en 'Seksueel grensoverschrijdend gedrag'. Waar het in deze eerdere zorgprogramma's vooral ging om ter beschikking gestelden in forensisch psychiatrische centra (fpc's) met min of meer specifieke psychiatrische problematiek betreft het hier een minder eenduidige groep patiënten. Hun psychiatrische problematiek loopt sterk uiteen; de voornaamste gemeenschappelijke factor is de langdurigheid van hun forensisch psychiatrische verpleging, wat aangeeft dat hun behandeling tot nu toe onvoldoende effect heeft gehad. Dit zorgprogramma is een eerste inventarisatie een begripsbepaling en een inventarisatie van gebruiket vormen van zorg en hoe dat wellicht beter kan.
Deze eerste versie is uitdrukkelijk een momentopname van het veld, een uitgangspunt voor verdere verbeteringen die zullen worden geboekstaafd in de volgende versies van dit zorgprogramma. Op den duur kan het zorgprogramma dan gaan voorzien in leidraden voor de inrichting van en het handelen in de langdurige forensisch psychiatrische zorg.
N=1: Nauwkeurige en sensitieve behandelevaluatie op individueel niveau
Deze versie is nog een eerste versie, bestemd om reacties te peilen. De input wil de auteur gebruiken om concepten verder uit te werken, en vervolgens de methode in definitiever vorm te gieten en voor praktijkgebruik te optimaliseren. Commentaar en input is daarom zeer welkom. Mail naar: secretariaat@efp.nl
De waarde van gestructureerde risicotaxatie en van de diagnose psychopathie bij seksuele delinquenten (Actuele kennis 11)
Het in dit rapport weergegeven multicentre onderzoek naar de waarde van gestructureerde risicotaxatie en psychopathie, waar negen forensisch psychiatrische centra aan deelnamen, gaat na of de twee risicotaxatieinstrumenten voor het beoordelen van toekomstig seksueel gewelddadig gedrag (recidive) die in deze centra gebruikt worden - de SVR-20 en de Static-99 - geschikt zijn voor het beoordelen van het risico op (seksuele) recidive bij voormalig ter beschikking gestelden.
Hierbij gaat het om mannen die een seksueel delict hebben begaan en die vervolgens in één van de forensisch psychiatrische centra zijn behandeld. Daarnaast is voor deze groep onderzocht wat de voorspellende waarde is van de HKTt-30 en van de diagnose psychopathie, zoals vastgesteld middels de Psychopathy Checklist-Revised (PCL-R). Een belangrijke vraag die aan de orde komt is of er een instrument is dat beter voorspelt dan de anderen. Tot slot is nagegaan of deze instrumenten van evenveel predictieve waarde zijn voor subgroepen seksuele delinquenten (bijvoorbeeld gebaseerd op delictverleden of type indexdelict). Het huidige onderzoek biedt aanknopingspunten om tot verfijning en verbeteringen te komen en dient gezien te worden als een stap in een proces van voortdurende verbetering.
Onderhavig rapport is het elfde in de EFP reeks 'Actuele kennis'.
Landelijk Zorgprogramma Seksueel grensoverschrijdend gedrag
In opdracht van het Ministerie van Justitie heeft het EFP, in samenwerking met deskundigen uit het tbs-veld, gewerkt aan de totstandkoming van landelijke zorgprogramma's. Deze zorgprogramma's beogen een impuls te geven aan de kwaliteitsontwikkeling en transparantie van de forensische zorg. De programma's zijn gebaseerd op beschikbare informatie uit de forensische behandelpraktijk, de buitenlandse ontwikkelingen en de stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek. Deze uitgave is de eerste versie van het zorgprogramma voor forensisch psychiatrische patiënten met seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Deze eerste versie is uitdrukkelijk een momentopname van het veld, een uitgangspunt voor verdere verbeteringen die zullen worden geboekstaafd in de volgende versies van dit zorgprogramma.
De effectiviteit van behandelinterventies voor forensische patiënten met een psychotische kwetsbaarheid (Actuele kennis 10)
Patiënten die lijden aan een psychotische stoornis hebben een verhoogde kans om in aanraking te komen met het strafrecht. Ondanks de relatief hoge prevalentie van patiënten met een psychotische kwetsbaarheid binnen forensische populaties en de toenemende behoefte aan informatie over what works in de behandeling van deze specifieke groep patiënten, is er tot op heden geen systematische overzichtsstudie verschenen van empirische studies naar het effect van behandeling.
De literatuurstudie die wordt beschreven in het onderzoeksrapport dat thans voor u ligt tracht in deze leemte te voorzien. De volgende vraag stond centraal: 'Wat is in de wetenschappelijke literatuur bekend over de effectiviteit van behandelinterventies voor forensische patiënten met een psychotische stoornis, en hoe kunnen deze patiënten zo veilig mogelijk resocialiseren in onze maatschappij?' Het doel van deze studie was het verkrijgen van, op empirisch onderzoek gebaseerde, aanbevelingen voor de behandelpraktijk.
Wij hopen dat de kennis die met dit literatuuroverzicht beschikbaar is gekomen zijn weg vindt naar de praktijk van behandelaars en beleidsmakers die in hun werk te maken hebben met de behandeling van forensische patiënten met een psychotische kwetsbaarheid.
Onderhavig rapport is het tiende in de EFP reeks 'Actuele kennis'.
Onderzoek in de forensische psychiatrie: inventarisatie 2008
Bij de opening op 5 juni 2003 presenteerde het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie (EFP) aan het veld haar eerste twee boekjes: het Meerjarenplan en de onderzoeksinventarisatie 2003. In 2008 volgde hierop de onderzoeksinventarisatie 2008. Net als in 2003 biedt het rapport een overzicht van het lopend onderzoek, inclusief de gebruikte meetinstrumenten. En ook nu weerspiegelt de indeling in thema's de belangrijkste aandachtsgebieden die met onderzoek worden bestreken.
Door middel van deze inventarisatie van het lopende en uitgevoerde onderzoek van de afgelopen jaren is getracht de kennis die aanwezig is in Nederland te verzamelen, te bundelen en te verspreiden. Dit dient meerdere doelen: onderzoekers binnen klinieken, universiteiten en andere instellingen kunnen in een vroeg stadium, wanneer onderzoek nog in de opstartfase is, ontdekken wie met welke vraagstellingen en meetinstrumenten bezig zijn en er vervolgens voor kiezen aansluitingen te zoeken bij verwante onderzoeken. Mogelijk wordt hierdoor ook de animo voor samenwerking bij toekomstig onderzoek vergroot. Voort werpt de inventarisatie licht op de vraag welke vraagstellingen, onderzoeksvormen en doelgroepen onderbelicht zijn gebleven tot nu toe en welke meer aandacht hebben gekregen dan wellicht doelmatig was.
Inmiddels is er in 2011 een databank met landelijk onderzoek (PILLO) beschikbaar via de EFP website
